Ars Ratiocinandi
Kennis Achteraf

Kennis achteraf

Een van die vreemde zaken in ons denken, is de kennis achteraf.  Wat er vooral vreemd aan is, is dat we achteraf steeds alles lijken te weten, zonder rekening te houden met wat we wisten op het moment zelf.  Kennis achteraf en kennis in het moment zijn zelden gelijk aan elkaar.

De redenering erachter is dat u ‘indien u er grondig over had nagedacht, ook toen die zaken kon weten’.  Misschien – en inderdaad soms – is dat ook zo.  Maar dat veronderstelt dat we steevast de moeite nemen om over alles rationeel na te denken.  En dat is natuurlijk niet zo.  Ook al denkt u van wel, u denkt veel minder dan u denkt. (lees er even dit artikel op na).

De veelgebruikte kennis achteraf

Mogelijk denkt u dat dit fenomeen zich uitsluitend voordoet op momenten dat we ‘Ik wist het’ zich voordoet.  Jammer maar helaas, het is een aanpak die we veel vaker gebruiken.  We gebruiken het niet alleen om onze veronderstelde voorspellingen te staven, maar ook om ons imago op te poetsen na de feiten.  Laten we even duiken in vier voorbeelden om dit te begrijpen.

Ik ben een genie – achteraf

Succesverhalen zijn een prima voorbeeld.  Management goeroes maken er gretig gebruik van.  Maar ook managers, verkopers, academischie en kortom, wij allemaal, doen het met vaste regelmaat.  Telkens we een succes boeken, beroemen we ons op ons inzicht, onze kennis en de grondige manier waarop we dit succes hebben opgebouwd.

De realiteit is echter anders.  De meeste plannen vooraf lijken voor geen meter op de uitleg achteraf.  Bijsturen onderweg kan dan een uitleg zijn, maar dat bewijst enkel dat u misschien goed kan improviseren. Soms is dat inderdaad het geval, maar meestal speelt toeval een veel grotere rol.

We hebben steevast de gewoonte om onze kennis achteraf te gebruiken om onze acties en plannen vooraf te verklaren.  Het helpt ons om ons imagi, de perceptie die anderen van ons hebben, op te krikken.

Jij bent een domoor – achteraf

Maar ook het omgekeerde doen we vaak – met uiteindelijk de zelfde bedoeling;, onszelf als intelligent in de markt te zetten.  Wanneer iets fout loopt, is er steeds wel iemand die aangeeft dat hij of zij dit had kunnen voorkomen.

Luister eens naar eender welke evaluatie meeting over zaken die fout gelopen zijn.  De bedoeling ervan is kennis achteraf te verwerven om toekomstige fouten te voorkomen.  In realiteit is het een forum voor eenieder die zichzelf wil aanprijzen.  We maken er een wedstrijd van aan te tonen hoe goed wij zelf de zaken vooraf hadden kunnen voorspellen.

Ik heb het voorspeld – met kennis achteraf

Voorspellingen, we doen er duizenden per week.  Van ‘het gaat regenen’ tot ‘dat gaat niet goed komen’.  Over mensen, projecten en alle dingen die we kunnen bedenken, doen we voorspellingen.  Wanneer er dan zo nu en dan onvermijdelijk een voorspelling uitkomt, zien we dat als een bevestiging van onze voorspellende vermogens. ‘Ik heb het toch gezegd’ klinkt het dan.

We zijn het zo gewoon ons gelijk na de feiten te krijgen, dat we tal van voorspellingen verzinnen.  ‘ik heb het altijd al gezegd’, ‘dat wist ik al op voorhand’.  Het zijn standaard zinnen in ons taalgebruik geworden.  Maar tal van onderzoek toont aan dat zelfs experts zeer slecht zijn in voorspellen.  We kunnen onszelf wel wijsmaken (en anderen) dat we op voorhand de uitkomst kenden, de realiteit is dat we ofwel met geluk het juiste voorspelden ofwel onze mening achteraf vormden.

Dat kon je geweten hebben!

Ook deze heeft u vaak meegemaakt.  Eerst als kind, later van uw baas en ook uzelf doet het naar anderen.  Wanneer er iets fout loopt, rechtvaardigen we ons door onszelf boven de fout te plaatsen.  Dat doen we dan op een heel eenvoudige manier.  ‘Dat kon je toch op voorhand geweten hebben’.  Meer is er niet nodig.

In een zin geven we aan dat we zelf slimmer, meer voorziend zijn dan de anderen.  In publieke fora valt het op.  Politici die besluitvormers verwijten vooraf de gevolgen niet voorzien te hebben.  Managers die medewerkers om die redenen uitfoeteren.  Maar u kan deze aanpak overal vinden, ook u en ik doen het met vaste regelmaat.

Waarom doen we dat?

De grond waarom we onze kennis achteraf gebruiken om te ‘scoren’ is eenvoudig, we willen ons aanzien in de groep versterken.  Een biologisch-evolutionair gegeven waarover u meer ken lazen in het artikel ‘leven als een kameleon’.

Het feit dat het anderen behoorlijk kan kwetsen is voor velen een zaak waarover men niet nadenkt.  Het is geen doel op zichzelf om anderen te kwetsen Maar het doel is wel om zelf een sociaal voordeel te behalen.  Dat is belangrijk om te onthouden indien zelf het ‘slachtoffer’ bent.

Hoe moeten we kennis achteraf gebruiken?

Maar kennis achteraf kan ook een zeer nuttig instrument zijn.  Wanneer we de tijd en moeite nemen om even te accepteren dat de zaken gelopen zijn zoals ze zijn.  Wanneer we alle gedachten aan schuld loslaten.  Dan kunnen we er veel van leren.

De oefening ‘hoe zou ik de zaken aanegpak hebben indien ik toen wist wat ik nu weet’ kan u heel veel leren.  Indien u er een tweede oefening aankoppelt, namelijk te onderzoeken welke informatie u hoe en waar ook al voordien had kunnen vinden, dan heeft u echt iets geleerd.

De constante les die kennis achteraf ons probeert te leren, is een bijzodner belangrijke les.  Het is namelijk deze; we doen zelden voldoende inspanning om zoveel mogelijk factoren mee te nemen in onze plannen vooraf.  En ook dat is een biologisch evolutionair gegeven zoals u kan lezen in het artikel rationeel en intuïtief denken.

rationeel denken

Rationeel denken

Hoe goed kan u rationeel denken? Hoe goed kan u, met andere woorden, uw conclusies baseren op echte feiten?  Of denkt u eerder intuïtief, op basis van uw buikgevoel?  Denkt u echt na, of reageert u gewoon op basis van uw aanvoelen?  Natuurlijk zal u aangeven dat ‘nadenkt’, maar is dat zo?

We zeggen bijvoorbeeld wel eens van onszelf, dat we geen hoofd voor cijfers hebben.  Dat zeggen we telkens we een ‘rekenfoutje’ maken.  En we maken er velen (al herkennen we ze vaak niet als dusdanig).  Maar wees gerust. 

Niemand van ons heeft een ‘hoofd voor cijfers’, en toch hebben we ook allemaal wel een hoofd voor cijfers.  Ook u. Een paradox?  Niet echt.  Cijfers vergen rationeel denken, en wij drijven meestal op intuïtief denken.  Daar is niets mis mee, maar volg even het verhaal, zodat u begrijpt wat ik bedoel.

Enkele voorbeelden van rationeel denken en intuïtief denken

Stel u stapt een winkel binnen.  U koopt er een blikje frisdrank en een beker.  Samen moet u € 1,10 betalen.  Het blikje frisdrank kost € 1,00 meer dan de beker.  Hoeveel heeft de beker gekost? Juist; € 0,10 de som van de twee is immers € 1,10.  Dat was eenvoudig.  Dat kan een kind van de lagere school.  Daar hoeft u geen raketgeleerde voor te zijn.  De berekening is dus eenvoudig en gebeurt zo goed als automatisch in uw hersenen.  Er is geen bewuste inspanning voor nodig.

En dat is jammer.  Indien u even uw rationeel denken gebruikt, dan zou u begrijpen dat het antwoord fout is.  Indien de beker immers € 0,10 kost, en het blikje  1,00 meer kost, dan kost het blikje € 1,10 en is de som dus € 1,20 in plaats van € 1,10.  Het juiste antwoord is € 0,05 voor de beker.

Fout? Geen probleem!

Indien ook u het antwoord fout had, niet getreurd.  Het overgrote merendeel van alle mensen heeft het fout.  Diegenen die het wel direct zien, zijn niet intelligenter, ze gebruiken hun denken gewoon op een andere manier.  Ze hebben door hun job of hobby een andere denkroutine opgebouwd die hen toelaat dit soort sommen anders te benaderen.  Ze gebruiken automatisch hun rationeel denken in plaats van hun intuïtief denken voor dit soort sommen.

Nog een voorbeeld.  Een tijdje geleden had ik een discussie met een groep deelnemers aan een workshop over de kansen bij de lotto.  Iemand (een boekhouder om exact te zijn), beweerde dat het invullen van de cijfers 1,2,3,4,5,6 veel minder kansen op succes had dat een meer gespreide invulling van cijfers.  Dat, zo beweerde hij, wist het kleinste kind.  Dat was logisch.

Hoeveel moeite ik ook deed om hem aan te tonen dat dit klinkklare nonsens was, en dat die combinatie net even veel kansen maakte (statistisch gezien) dan elke andere combinatie ging er niet in. Hij had tal van theorieën over cijferreeksen die een gemiddelde waarde hadden van ongeveer de helft van het mogelijke aantal en dies meer (ik zal u de details en een uitgebreide discussie over de wet van Benford* besparen).

Een misverstand

Pas toen ik hem vroeg of hij akkoord wad dat cijfers niet meer dan symbolen waren, begon hij het licht te zien.  Vervang alle cijfers die u kan invullen door willekeurige symbolen. (diertjes, geometrische figuren, het maakt geen enkel verschil) en doe daar een trekking mee.  En plots wordt het duidelijk dat de volgorde die wij aan cijfers geven volledig los staat van de toeval van een trekking.  Het is louter een intuïtief gegroeid concept)

Die volgorde bestaat enkel in ons denken en heeft dus niets met de statistische kansen te maken dat bepaalde reeksen getrokken worden.  Een hardnekkig misverstand waar onze geest ons mee opzadelt.

Hoe komt dit? kunnen we niet rationeel denken?

Waarom hebben we het zo moeilijk om met cijfers en statistieken om te gaan?  ‘Ik kan u overigens moeiteloos nog een tiental voorbeelden aanhalen).  De oorzaak van dit alles zit ons onze manier van denken.  In de manier waarop onze hersenen werken dus.  We hebben immers (minstens) twee manieren van denken.  Psychologen noemen het systeem 1 en systeem 2 denken (ik noem het intuïtief denken en rationeel denken).

Intuïtief denken

Intuïtief denken gaat zeer snel.  Het is een soort onbewust denken dat ons helpt overleven.  Indien er een wagen met hoge snelheid op een smalle weg op u afgestormd komt, dan zal u dus niet beginnen berekenen hoeveel tijd u heeft om opzij te stappen en wat de gevolgen zijn van een botsing.  U geest registreert gevaar en vervolgens doet u onmiddellijk wat nodig is om te overleven; opzij springen, ongeacht of u daardoor in de gracht zal belanden.

Die snelheid heeft ons als soort doen overleven in vaak zeer moeilijke omstandigheden.  Dit denken kent immers geen angsten of remmingen.  Het ziet en beslist vervolgens onmiddellijk.  Het nadeel aan deze denkvorm is echter dat hij vele parameters buiten beschouwing laat en puur op basis van (echte of vermeende) patronen zal handelen.

Doorheen de millennia leefden we in een wereld vol gevaar en schaarste van voedsel.  We bouwden om te kunnen overleven dus vele statische patronen op in ons denken.  Zoals noodzaak voorschreef, was dit een aanpassing aan de schaarste van voeding, een energie efficiënte oplossing.  En die energie efficiëntie zit nog steeds ingebakken in ons systeem.  Wat ons dus ooit hielp om te overleven, is nu, in deze steeds complexere wereld, een handicap geworden.  Het doet ons snel beslissen, op basis van oude patronen die vaak hun relevantie verloren hebben. En zo maken we fouten.

Rationeel denken

Rationeel denken gaat traag en verbruikt veel energie.  Rationeel denken wil zeggen dat we bewust zoveel mogelijk parameters mee nemen in onze overweging en proberen een correcte uitkomst te zoeken.  En dat gaat niet zomaar.  U kan het zelf ervaren.

Hoeveel is 3 plus 2?  Vijf natuurlijk.  Hier zit geen addertje onder het gras.  Dat was bovendien een intuïtief antwoord voor u.  U leerde dit patroon jaren geleden in de lagere school.  Kinderen in het eerste leerjaar zit hebben hier echter wel veel energie voor nodig.  Voor hen is het nog geen intuïtief patroon geworden, maar vergt het rationele overweging.

Maar nu de volgende opdracht.  Hoeveel is 726 min 159 plus 318 maal 3?  U kan dit oplossen met hoofdrekenen, jawel, dat kan u.  Maar de kans dat u deze oefening ook effectief zal doen is zeer gering.  Het vergt rationeel (of bewust) denken.  En dat kost energie.  Onze op energie-efficiënte geëvolueerde hersenen deinzen er voor terug.  Ze zien er de zin niet van in en verkiezen er geen energie aan te besteden. (het antwoord is overigens 2655)

Lui zijn

Mensen zeggen vaak over anderen (en zelden over zichzelf) dat ze lui zijn. Intellectueel lui of fysisch lui.  Dat is een vies woord.  Het impliceert dat men geen inspanningen wil leveren.  In realiteit is die attitude terug te brengen tot die energie efficiëntie die ons zo vele millennia heeft doen overleven.  Zo is wat ooit een van de meest succesvolle overlevingsstrategieën was, verworden tot een ‘slechte gewoonte’.

Maar de werkelijkheid is, dat we allemaal aan dit principe gehoorzamen (zie de bovenstaande voorbeelden).  Onze hersenen zullen steeds kiezen voor meest energiezuinige oplossing.  Dat is de reden dat we zo slecht om kunnen gaan met cijfers.

Wanneer we echter de moeite nemen om er echt over na te denken, dan lukt het allemaal prima.  Maar we vertrouwen liever op intuïtieve patronen, en dan gaan we de mist in, zonder het zelf te beseffen.  Meer nog, we zullen onze ‘mening’ te uit en te na blijven verdedigen. (daar is tevens een ander principe aan het werk, maar daarover meer in een volgende blog).

Om over na te denken

Indien u de indruk heeft opgedaan dat intuïtief denken slecht is, en rationeel denken alles zaligmakend, dan wil ik dat graag even recht zetten.  De intuïtieve denkpatronen helpen ons om dingen te leren.  Ze laten ons toe de vele dagelijkse routines die we hebben (zoals auto rijden, eten koken, en vele, vele andere dingen) succesvol te doen, snel te doen en efficiënt te doen.

Indien we alles aan rationele overweging zouden overlaten, zouden weinig gedaan krijgen op een dag en bijzonder veel zinloze energie verspillen.  Het probleem waar we allemaal voor staan, is te beslissen wanneer we ons systeem 2 denken (het bewuste of rationeel denken) effectief moeten inschakelen en wanneer niet.  Dat is een van de belangrijkste kritische succesfactoren. Succesvolle mensen weten beter dan wie dan ook wanneer welke denkpatronen ingeschakeld moeten worden.

Ook hiervan geeft ik u graag een voorbeeld.  Hoeveel mensen kent u die via een universitaire studie een glanzende carrière uitbouwden?  En hoeveel bleven in de middelmaat steken?  En kijk dan eens naar al die ‘self made’ mensen die succes hebben?  Die groep is een stuk groter.

Studeren is immers een training van systeem 1 (intuïtief denken).  Het leert ons tal van vakgerichte intuïtieve denkpatronen aan.  Het legt veelal de nadruk op dit type denken (papegaaien werk noemen we het wel eens) en geeft mensen het valse gevoel dat die kennis hun zal redden.

Het staat los van intelligentie en gaat puur over kennis.  Kunde daarentegen (er is een groot verschil tussen iets kennen en iets kunnen) gaat veelal over de mogelijkheid om nieuwe zaken aan te pakken, zaken die rationeel denken vereisen.  En daarvoor bestaan geen schoolse opleidingen.

Hoe u het kan leren

Maar ook hier valt een mouw aan te passen.  U kan immers uzelf trainen om echt ‘na te denken’.  Enkele eenvoudige tips; zet uw klok 37 minuten voor- of achteruit (of een ander aantal minuten dat eindigt op een oneven cijfer).  Telkens indien u de tijd moet weten, moet u wel u systeem twee denken inschakelen.  Verander het aantal afwijkende minuten vervolgens dagelijks

Of een andere mogelijkheid.  Verplaats dagelijks zaken die u regelmatig nodig heeft, peper en zout, koffie, uw pennenbak…  Op die manier dwingt u zichzelf steeds bewust na te denken over waar u ze gezet heeft.  Dat is niet alleen een goede oefening om systeem twee denken in te schakelen, het is tevens een goede manier om uw geheugen alert te houden.

Een scherpe geest

We hebben vaak bewondering voor mensen die door al de ‘bla bla’ heen zien en zo de zaken scherp kunnen analyseren.  Wat hen hier sterk in maakt, is dan ook de gewoonte om vaak en op het juiste moment van intuïtief denken op rationeel denken over te schakelen.  Mits enige training, kan u dat ook.  Bovenstaande oefeningen helpen hierbij, ze zijn een eerste aanzet.

Eens u de weerstand van uw brein overwonnen heeft, wordt het steeds eenvoudiger en zal ook u, in elk gesprek, moeiteloos daar waar nodig de zaken rationeel kunnen analyseren en niet uitsluitend geboden zijn aan uw intuïtief gevoel van wat juist en fout is.

* De wet van Benford; In 1938 publiceerde Benford een artikel in een wetenschappelijk tijdschrift, waarin hij het verschijnsel beschrijft dat in veel verzamelingen van getallen uit het normale leven (maar niet allemaal) de meeste van die getallen met een 1 beginnen. Minder getallen beginnen met een 2 en de minste met een 9. Dit wijst erop dat de kans om begincijfer te zijn niet voor alle cijfers van 1 tot en met 9 hetzelfde is. Benford toonde aan dat de kans dat in een reeks getallen een getal met een 1 begint, ongeveer 30% is. De kans dat een getal met een 9 begint, is daarentegen slechts 5%. Deze wetmatigheid is de wet van Benford gaan heten.

eigen mening

Leven als een Kameleon

U kent ze wel, die mensen die leven als een kameleon. Spreken ze met u, dan heeft u gelijk. Wanneer ze met neen ander spreken, dan beamen ze zijn of haar gelijk. Is dat een ergerlijk iets voor u? Of kan u begrijpen waarom we dit doen? Of doen we het misschien allemaal? Of hebben we allen een eigen mening?

Zijn we allemaal kameleons?

We gaan er van uit dat u en ik en de anderen allemaal hebben nagedacht over onze standpunten.  Dat we een helder idee hebben over wat we denken en waarom dit zo is.  Meer nog, we hebben deze veronderstelling vastgelegd in onze fundamentele vrijheden.  De vrijheid van meningsuiting is immers absoluut.

Maar hebben we wel een mening over alles?  De wereld is zo breed en zo complex, dat we onmogelijk overal een standpunt over kunnen hebben.  Wat denkt u bijvoorbeeld van 5G?  De kans is heel groot dat u er nooit echt over nadacht.  Meer dan waarschijnlijk ziet u het of als de helse doemmachine die enkel onheil brengt door straling of andere onheilsscenario’s.  Ofwel ziet u het als een kans om sneller en beter data verkeer te brengen.  Of u hangt ergens tussen de twee.

Maar heeft u er echt over nagedacht?  Heeft u de feiten onderzocht, een conclusie getrokken op basis van reële en gecontroleerde feiten?  Hoogstwaarschijnlijk bent u op dit vlak en vele anderen een soort van kameleon die voornamelijk dat standpunt zal aanhangen dat u het meest overtuigend gebracht wordt.  En u zal het ofwel vurig verdedigen, ofwel zal u uw standpunt aanpassen naar gelang met wie u spreekt en welke argumenten ze u bieden.

Voorbestemd als kameleon?

Naast de onmogelijkheid om alles te weten, botsen we ook nog eens op het eenvoudige feit dat we door zoveel mogelijk mensen aanvaard willen worden.  We zijn immers sociale wezens.  Onze status binnen onze naaste omgeving iv een belangrijk – en vaak onbewust – gegevens.  We willen ‘erbij horen’.

Het is moeilijk het oneens te zijn met mensen die we bewonderen, mensen die we als ‘slim’ beschouwen en vooral, mensen die we een autoriteit toekennen.  Dat is dan meestal iemand die we zien als vooraanstaand in onze groep.  Niet noodzakelijk een ‘baas’, maar wel iemand die het nodige sociale gezag en aanzien heeft.  Dicht bij de macht is het immers veuilig en warm.  Dat is ons doorheen onze evolutie duidelijk geworden.  Het is een soort ‘genetische les’ die we niet zomaar kunnen loslaten.

Een afkeer van conflicten

Daarnaast hebben de meesten onder ons een afkeer van conflicten.  Conflicten doen immers steeds een grote aanslag op onze tijd, energie en de goodwill die we hebben bij anderen.  We neigen slechts naar conflicten wanneer we geen andere oplossing meer zien.  Het is dus vaak eenvoudiger om anderen naar de mond te praten dan een conflict aan te gaan.  Dat kost minder tijd en energie.  Het kan bovendien lonend zijn voor onze sociale status (zie vorig punt) en mogelijk hebben we ook nooit echt over de zaken nagedacht (zie eerste punt).

Onze gegronde mening

DE vraag blijft echter hangen of we wel een gegronde mening hebben over tal van zaken.  U kan steeds even de test doen.  Indien u uw mening in een zin kan samenvatten en in maximaal vijf zinnen logisch correct kan onderbouwen, dan heeft u een mening waarover u heeft nagedacht.  Kan u dit niet, dan bent u er zeker van dat u er niet over heeft nagedacht.

Antwoorden als, ‘dat is toch zo’, ‘iedereen weet dat toch’ of andere logische aberraties in die trend zijn geen geldig logisch bewijs, evenmin als een ‘voorbeeld uit de praktijk’, ook dat voldoet zelden of nooit aan de criteria der logica.

En dat leidt ons naar de volgende vraag; moeten we overal een mening over hebben?  Het lijkt er wel op dat voor zowat elk onderwerp dat ons voor de voeten geworpen wordt een mening vereist is.  Meestal dan nog een dwingende keuze tussen twee meningen.  Maar moet ik een mening hebben over 5G?  Moet ik een standpunt innemen voor of tegen de huidige vaccinatie strategie?  Of over wat dan ook?  Is een oordeel verplicht?  Is het zelfs maar zinvol?

Ik denk van niet.  Het is immers onmogelijk voor mij om een gefundeerde mening te hebben over deze zaken. De meeste informatie erover heb ik niet.  Ook de vakkennis ontbeer ik.  Hoe kan ik dan een oordeel vormen?  En waarom vinden anderen het – blijkbaar – zo belangrijk dat we een ‘mening’ hebben?

Waarom moeten we een mening hebben?

Meningen zijn veeleer een sociaal interactie instrument dan een oefening in logica en correctheid.  Doorheen de evolutie leerden we immers dat we samen veiliger waren dan alleen.  In een groepje – niet te groot en niet te klein – voelen we ons veilig (sociologen leggen dit aantal ergens tussen 100 en 150 mensen).  We zoeken dus steeds – binnen elke situatie – de veiligheid van een groep op.

Die groepen vormen we rond meningen.  Meningen kunnen veel dingen zijn, van religieuze overtuigingen tot de afkeer van een bepaald gedrag van de anderen en zowat alles daartussenin. Meningen staan bijna steeds los van realiteit en waarheid, maar geven veeleer een ‘voorkeur’ weer voor hoe we de wereld zouden willen zien.  Ze werken verbindend, groepsvormend.

Omdat anderen willen weten wie u bent, wordt uw mening gevraagd.  De juistheid van die mening zal enkel in vraag gesteld worden indien deze afwijkt van de heersende opinie.  Een soort Darwinisme van opinies.  Wie heeft meest aanhangers heeft zal winnen.  Geen mening hebben is vreemd, afwijkend gedrag.  Het zal eventjes getolereerd worden, maar indien u zich niet aansluit bij de heersende opvattingen, dan zal u onverbiddelijk naar de rand van de groep verdwijnen en – uiteindelijk – uitgestoten worden uit de groep.

Toch allemaal kameleons

Niemand doorstaat het leven alleen.  Zelfs de grootste eenzaat heeft anderen nodig om alleen te kunnen zijn.  Vroeg of laat zal u een menig moeten delen met anderen, zal u zich moeten aansluiten of een onmogelijk leven tegemoet gaan.

Misschien scharen sommigen zich te snel en onnadenkend achter een heersende mening.  En zo nu en dan profileren anderen zich als wars van elke heersende mening.  Maar uiteindelijk zullen we onze eigen peargroup vinden en daar gewillig en onnadenkend meningen delen.

Meningen dient u te accepteren als wat ze zijn.  Verbindende element waarmee een bepaalde groep zich zal profileren.  Dat is evolutionair zo gedicteerd en daar kunnen we moeilijk tegen in gaan.  Maar eveneens is het lonend uw meningen (wat het zijn meestal slechts aannames) een echt grondig te onderzoeken.  U kan best ontdekken dat die meningen storend, fout of zelfs remmend zijn.  Dat is prima.  U ken nu aan de moeilijke – onmogelijke – taak beginnen iedereen daar van te overtuigen.  Mar behoudens u hoog genoeg staat op de sociale ladder binnen uw groep en voldoende steun heeft van anderen, zal het u niet helpen de waarheid aan uw kan te hebben.

Immers indien iedereen roept ‘de verkiezingen zijn gestolen’, dan wordt dat een realiteit voor die groep die u met geen argumenten of waarheden ter wereld kan ontkrachten.

Deze website maakt gebruik van cookies. Deze worden uitsluitend gebruikt voor de goede werking van deze site, we verzamelen verder geen gegevens over uw gebruik. Door door te gaan accepteert u deze cookies. (indien u tot bij mij komt, krijgt u er nog een tas koffie bij)